Tunnelen

Om het alsmaar drukker wordend verkeer in goede banen te leiden en om voor een vlotte doorstroming te zorgen werden er sinds eind jaren vijftig in ons land, en zowat overal in Europa trouwens, massa’s tunnels gegraven. Misschien wel een goede zaak voor de verkeersafwikkeling, maar niet helemaal voor de verkeersveiligheid.
Het rijden in een tunnel is nu eenmaal een gevaarlijke zaak wanneer je je niet houdt aan een aantal basisregels.

Wij zetten een aantal tips op een rijtje:

Een tunnel naderen.

Zet de lichten op. Zelfs wanneer de tunnel verlicht is zorgt dit er voor dat je gezien wordt door andere automobilisten. Zet je zonnebril af, zelfs al past deze zich automatisch aan de lichtintensiteit aan. Dit laatste gebeurt trouwens zeer langzaam. Voor mensen die bijziend zijn en dus verplicht een bril moeten dragen waarvan de glazen ook automatisch verkleuren kan dit natuurlijk voor problemen zorgen. Dit ongemak kan je oplossen door een voorzetzonnebril te kopen. haal lichtjes de voet van het gaspedaal. Op die manier kan je je beter aanpassen aan de wisselende lichtomstandigheden bij het binnenrijden van de tunnel. Met een aangepaste snelheid kan je bovendien tijdig reageren wanneer een voorligger plots remt omdat hij wél verrast wordt door de duisternis.

Een tunnel inrijden.

Wanneer je een tunnel inrijdt krijgt je vaak de indruk dat je in een “zwart gat” duikt. Een fenomeen dat nog sterker tot uiting komt bij zonsop- en zonsondergang. Om dit te voorkomen, of tenminste wat af te zwakken, richt je je ogen op het zwart zodat het oog zich sneller kan aanpassen aan het donker. Wanneer je, om een tunnel in te rijden, van rijstrook moet veranderen en dus moet invoegen hou er dan rekening mee dat je geen voorrang hebt. Je komt misschien wel van rechts, maar je voert een bijzondere verrichting uit. Het doorgaand verkeer heeft dus voorrang.

In de tunnel.

Respecteer nauwgezet de wegmarkeringen en de bewegwijzering in de tunnel. Vergeet ook niet dat je als chauffeur de neiging hebt om te rijden in de richting waar je naar kijkt. Kijk dus niet naar de wanden maar recht voor je. Doe je dat niet dan is de kans bijzonder groot dat je onbewust die wand even gaat knuffelen. blijf altijd goed rechts van de weg en kijk extra uit voor stoepen, uitsteeksels en kleine voorwerpen die door de wielen van andere auto’s kunnen worden weggeslingerd. Als een auto met caravan in een tunnel met gewelfde vorm rijdt, ben je het best extra voorzichtig. De caravan zou het gewelfde plafond wel eens kunnen raken wanneer hij teveel naar rechts afwijkt. behalve in geval van uiterste nood mag je nooit in een tunnel stoppen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor het rechtomkeer maken in een tunnel. In beide gevallen kan je voor uiterst gevaarlijke situaties zorgen. Stoppen en rechtsomkeer maken is trouwens in alle landen verboden. Haal nooit in als er maar 1 rijstrook per rijrichting is. In een tunnel is het immers stukken moeilijker om de afstanden en de snelheid van het tegenovergestelde verkeer juist in te schatten. Hou in een tunnel altijd voldoende afstand. Je moet er altijd rekening mee houden dat een voorligger plots gaat remmen omdat hij gedesoriënteerd is of omdat er een hindernis opduikt die jij niet kan zien. Wees op je hoede in “natuurlijke tunnels”. Vooral in zuidelijke landen komen die tunnels op secundaire wegen nog vaak voor. In zo’n tunnels moet je extra uitkijken voor water dat van de wanden kan druppelen en voor steenslag.

In geval van pech.

Steek meteen de vier richtingaanwijzers aan en maak, indien mogelijk, de weg vrij. Verwittig via een praatpaal of mobiele telefoon de hulpdiensten.

Het verlaten van de tunnel.

Hou je, bij het verlaten van een tunnel, altijd klaar om te remmen. Het kan gebeuren dat een voorligger plots remt, om welke reden dan ook. Wanneer je in de bergen rijdt, hou er dan rekening mee dat het weer en de toestand van het wegdek er aan de uitgang totaal anders kan uitzien dan aan het begin van een tunnel.

Bombax Theme designed by itx